november 6, 2026

De uitdaging: Een nieuw facturatiemodel voor het Forge-ecosysteem
Atlassian stond voor een complexe uitdaging met de introductie van zijn Forge-platform. Het bestaande facturatiesysteem, ontworpen voor traditionele abonnementen, kon de dynamische, op gebruik gebaseerde prijsmodellen voor Forge-apps niet ondersteunen. Om dit op te lossen, ontwikkelde het bedrijf een volledig nieuw, schaalbaar systeem: het Forge facturerings- en gebruiksplatform. Deze oplossing is specifiek ontworpen om miljoenen gebruiksgebeurtenissen, zoals API-aanroepen of opslaggebruik, in real-time te verwerken en te aggregeren voor nauwkeurige facturatie. Het project illustreert de noodzaak voor organisaties om hun financiële infrastructuur te moderniseren wanneer zij overstappen op cloud-native diensten en pay-per-use modellen, een kernprincipe binnen FinOps. De keuze om een eigen platform te bouwen was cruciaal om de vereiste flexibiliteit en integratiemogelijkheden met het Atlassian-ecosysteem te garanderen.

Luister naar dit artikel:

Architectuur van het Forge facturerings- en gebruiksplatform
De technische architectuur is volledig gebouwd op Amazon Web Services (AWS) en ontworpen voor maximale schaalbaarheid en betrouwbaarheid. De kern van het systeem is een data-ingestiepijplijn die gebruikmaakt van AWS Kinesis om een continue stroom van gebruiksdata te verwerken. Zodra de data binnenkomt, worden AWS Lambda-functies getriggerd om deze gebeurtenissen te valideren, te verrijken en op te slaan in een DynamoDB-tabel. Deze serverless aanpak zorgt ervoor dat het systeem automatisch kan schalen op basis van de hoeveelheid inkomende data, zonder dat er handmatig servers beheerd hoeven te worden. Voor de uiteindelijke facturatie wordt de data dagelijks geaggregeerd en van DynamoDB naar Amazon S3 verplaatst. Vanuit S3 wordt de geconsolideerde data doorgestuurd naar het centrale commerciële platform van Atlassian, dat de facturen voor eindklanten genereert.
Dataverwerking: Van real-time ingestie tot dagelijkse aggregatie
Een belangrijk ontwerpkenmerk is de hybride benadering van dataverwerking. Terwijl de data-inname in real-time plaatsvindt, gebeurt de aggregatie voor facturatiedoeleinden in batches. Deze scheiding biedt het beste van twee werelden: ontwikkelaars en productteams krijgen snel inzicht in het gebruik, terwijl het facturatieproces efficiënt en kosteneffectief blijft door de verwerking in dagelijkse cycli uit te voeren. Om de betrouwbaarheid van het systeem te waarborgen, wordt een 'dead-letter queue' (DLQ) ingezet. Als een gebruiksgebeurtenis om welke reden dan ook niet succesvol verwerkt kan worden, wordt deze naar de DLQ gestuurd. Dit voorkomt dataverlies en stelt engineeringteams in staat om fouten te analyseren en de data later opnieuw te verwerken, wat essentieel is voor een financieel accuraat systeem.
Belangrijke lessen: 'Build vs. Buy' en schaalbaarheid
De beslissing van Atlassian om een eigen oplossing te bouwen ('build') in plaats van een externe tool te kopen ('buy') was strategisch. Geen enkele standaardoplossing bood de benodigde diepe integratie met de bestaande Atlassian-infrastructuur en de flexibiliteit om unieke facturatiemodellen te ondersteunen. Dit project onderstreept een belangrijke les voor organisaties die te maken hebben met complexe, op gebruik gebaseerde facturatie: soms is een maatwerkoplossing de enige manier om de vereiste schaalbaarheid en functionaliteit te bereiken. De cloud-native architectuur, gebaseerd op serverless componenten, zorgt niet alleen voor technische schaalbaarheid, maar ook voor kostenefficiëntie. Er wordt immers alleen betaald voor de daadwerkelijk gebruikte rekenkracht, een perfect voorbeeld van hoe FinOps-principes in de praktijk worden toegepast.